Geschiedenis van Bulgarije

Bulgarije heeft een zeer oud en rijk verleden. Archeologische vondsten tonen aan dat het gebied reeds 50.000 tot 100.000 jaar geleden werd bewoond door jagers – verzamelaars. In de Oudheid leefden de Thraciërs in het gebied en vanaf de 1ste eeuw voor Christus maakte het deel uit van het Romeinse Rijk. Tijdens de Grote Volksverhuizing in de Vroege Middeleeuwen vielen de Germanen, de Bulgaren, de Hunnen en de Slavische volkeren het Balkanschiereiland binnen. Een aantal van hen bleef er voor een langere periode of vermengde zich onder de lokale bevolking. Zo vestigde een groep Goten zich in het midden van de 4de eeuw in Nikopolis ad Istrum, gelegen in het Noorden van Bulgarije. Het was op deze plek dat bisschop Wulfila het Gotisch schrift ontwikkelde en de Bijbel naar het Gotisch vertaalde. Dit was de eerste keer dat een boek werd opgeschreven in een Germaanse taal.

Na een periode van onzekerheid en stammentwisten werd in 681 het eerste Bulgaarse tsarenrijk gesticht. Het rijk kwam tot bloei in de 9de eeuw en op cultureel vlak was er zelfs sprake van een “Gouden Tijd”. Het Slavische (Cyrillische) alfabet werd ingevoerd en het christendom werd de staatsgodsdienst. Het rijk viel na verloop van tijd uit elkaar en van 1018 tot 1185 kwam Bulgarije onder Byzantijns bestuur te staan. Nadat men erin was geslaagd de Byzantijnen te verdrijven, werd het tweede Bulgaarse tsarenrijk uitgeroepen. Onder dit rijk, dat zou stand houden tot de komst van de Ottomanen in de 14de eeuw, brak er een “Tweede Gouden Tijd” van de Bulgaarse cultuur aan. De hoofdstad Tavorno groeide uit tot het politieke, economische, culturele en religieuze centrum van de regio. Van de 14de eeuw tot en met de 19de eeuw maakte Bulgarije deel uit van het Ottomaanse rijk. In het spoor van het  19de-eeuwse nationalisme volgde op 20 april 1876 een volksopstand tegen de Turken. Na een woelige politieke periode werd in 1908 een nieuw Bulgaars tsarenregime tot stand gebracht.

Ook Bulgarije ontsnapte niet aan de wereldoorlogen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had het land zich aangesloten bij Duitsland en Oostenrijk-Hongarije waardoor het tegenover Rusland, Engeland en Frankrijk kwam te staan. De gevolgen van deze alliantie waren aanzienlijk. Na de oorlog werd het leger gedemilitariseerd, de zwaar getroffen industrie moest terug worden opgebouwd en het land moest herstelbetalingen verrichten aan verschillende landen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was Bulgarije een bondgenoot van Duitsland. Deze keuze werd beschouwd als de “minst slechte” keuze aangezien ook Rusland een heuse expansiepolitiek ten koste van de nationale staten in de regio voerde. De rol van Bulgarije was hoofdzakelijk beperkt tot het administratief bestuur van een aantal gebieden in de regio en het verlenen van toestemming aan het Duitse leger om door het grondgebied te trekken.

De Sovjettroepen vielen Bulgarije in september 1944 binnen en het land kwam vanaf dan in een hoge mate onder Russische invloed te staan. Hervormingen naar communistisch model werden doorgevoerd. Een “volksrepubliek” werd uitgeroepen, de industrie werd genationaliseerd en de Communistische Partij beschikte over het monopolie van de politieke macht. De sterkste figuur van de partij was Todor Zhivkov. Hij was onafgebroken aan de macht van 1954 tot 1989 toen het communistische regime ten val werd gebracht. In de jaren 1990 werd er werk gemaakt van de uitbouw van een democratisch politiek systeem en een vrije markt economie. In 2004 werd Bulgarije lid van de NAVO en vanaf 2007 maakt het deel uit van de Europese Unie. Sinds deze periode worden de politieke en economische hervormingen verder uitgewerkt in die mate dat Bulgarije vandaag de dag opnieuw op weg is om één van de lichtende voorbeelden van de Balkanregio te worden.